De diagnose axiale SpA is meestal gebaseerd op de uitkomst van de klachten, het lichamelijk onderzoek en het bloedonderzoek. Bij lichamelijk onderzoek wordt gekeken naar ontstekingsverschijnselen aan de gewrichten en pezen. Ook wordt gelet op de beweeglijkheid van het bekken, heupen en rug, en naar de ogen, huid en nagels.

Bij het bloedonderzoek wordt gekeken naar ontstekingswaarden in de bloed en of de erfelijke factor HLA-B27 aanwezig is. De aanwezigheid van HLA-B27 zegt echter niet alles, omdat deze factor ook voorkomt bij mensen die geen last hebben van deze aandoening. Aanwezigheid van HLA-B27 kan de diagnose wel ondersteunen.

Daarnaast wordt vaak aanvullend onderzoek gedaan. Er kunnen een of meerdere röntgenfoto’s worden gemaakt van het bekken en -wervelkolom om te kijken of er afwijkingen zichtbaar zijn. Daarnaast kan er ook aanvullend een MRI-scan worden gemaakt. De MRI-scan geeft een veel nauwkeuriger beeld van de gewrichten dan een röntgenfoto; hierdoor worden afwijkingen of ontstekingsverschijnselen die op axiale SpA kunnen wijzen, sneller opgespoord.

Het kan lang duren voordat de diagnose axiale SpA is gesteld. Dat komt doordat de aandoening vooral in het begin lastig te herkennen is. Vaak worden de klachten eerst toegeschreven aan meer voor de hand liggende oorzaken, zoals ‘gewone’ (lage) rugpijn. Daarnaast worden kenmerkende aanwijzingen soms over het hoofd gezien.

Zie ook: https://reumanederland.nl/reuma/vormen-van-reuma/axiale-spondyloartritis/
 

1020COS99581
×

Ask Speakers

×

Medical Information Request