Wat is chronische rinosinusitis met neuspoliepen (CRSwNP)
Rinosinusitis (inclusief neuspoliepen) is gedefinieerd als een ontsteking van de neus en de neusbijholten, gekarakteriseerd door twee of meer symptomen, waarvan tenminste één of neusverstopping of rhinorroe (anterieur of post nasal drip) is: 

  • ± pijn of druk in het aangezicht (waar geen haar groeit),
  • ± verminderde of afwezige reuk;

en/of

  • endoscopische tekenen van:
    • poliepen en/of;

mucopurulente uitvloed voornamelijk uit de middelste neusgang en/of oedeem/slijmvlieszwelling voornamelijk in de middelste neusgangen/of

  • CT afwijkingen:
    • sluiering van het osteomeatale complex en/of de sinus.

 

De neusbijholten zijn holle ruimten in het hoofd boven en naast de neus. Ze staan in directe verbinding met de neusholte. Een neusbijholteontsteking begint vaak met het beeld van een gewone verkoudheid. Het slijmvlies in de neus raakt opgezet, waardoor een neusverstopping optreedt. Door de zwelling kan zich slijm in de holten ophopen met als gevolg hoofdpijn boven en onder de ogen. Wanneer de klachten ondanks behandeling langer dan twaalf weken aanhouden, spreekt men van een chronische rinosinusitis (CRS).

Er bestaat een relatie tussen CRS en neuspoliepen. Neuspoliepen zijn goedaardige zwellingen van het neusslijmvlies, die meestal ontstaan in de zeefbeenholten (één van de vier neusbijholten). De zeefbeenholten zit tussen neus en ogen. De poliepen zakken als een soort “slijmvlieszakje” vanuit de zeefbeenholten in de neus. De oorzaak voor het ontstaan van neuspoliepen is nog onbekend. Er zijn factoren die de kans op neuspoliepen groter maken:

  • allergische aanleg;
  • chronische ontsteking van het neus- en neusbijholteslijmvlies;
  • overactief reagerend neusslijmvlies;
  • patiënten die lijden aan astma, met name in combinatie met intolerantie voor aspirine.

 

Neuspoliepen ontstaan bijna altijd aan beide kanten. Neuspoliepen kunnen op alle leeftijden voorkomen, vooral tussen 30 en 40, maar bijna nooit op kinderleeftijd.2
 

Ziektelast
CRS is een chronische aandoening, dit betekent dat een patient dus altijd in meer of mindere mate klachten ervaart. Medicatie geeft soms een bepaalde mate van ziektecontrole, maar de klachten zijn nooit geheel weg.6 CRS met en zonder neuspoliepen heeft een negatieve impact op de kwaliteit van leven van de patienten en kan het dagelijks functioneren van patienten belemmeren.3 Daarnaast zorgt CRSwNP voor hogere zorgkosten en meer zorggebruik. Met name het verlies van reukvermogen is een slopende en vaak ondergewaardeerde component en kan een aanzienlijke invloed hebben op iemands kwaliteit van leven.4
 

Patientenvideo ziektelast

 

Diagnose
Bij patiënten met verdenking op chronische rinosinusitis (CRS) met of zonder neuspoliepen is de anamnese een belangrijk onderdeel van de diagnostiek.1 Hierbij wordt behalve naar de symptomen ook naar de duur en ernst van de klachten gevraagd. 
De belangrijkste klachten van rinosinusitis zijn neusverstopping, regelmatig optredend verkouden gevoel en een verminderde reuk en smaak. Minder vaak bestaan er klachten van hoofdpijn met een vol gevoel in het hoofd. In liggende houding verergeren meestal de klachten van neusverstopping. Verder blijkt dat een aandoening van de bovenste luchtwegen (neus en neusbijholten) veelal een nadelig effect heeft op het functioneren van de onderste luchtwegen (longen).

Vragen gericht op allergie, potentieel andere provocerende factoren zoals roken en medicatiegebruik, klachten van de lagere luchtwegen zoals hoesten/kortademigheid of sputum opgeven moeten worden gesteld.1

Naast het afnemen van een uitgebreide anamnese dient er ook een algemeen onderzoek te worden uitgevoerd, waarbij onder andere in de neus gekeken wordt. Vaak zijn de – voor de KNO-arts karakteristieke – neuspoliepen op deze manier al zichtbaar. Soms zijn de neuspoliepen klein, verstopt en diep in de neus gelegen, zodat ze niet direct waarneembaar zijn. Deze poliepen kunnen zichtbaar worden gemaakt door het uitvoeren van een neusendoscopie. Dit is een kortdurend, poliklinisch onderzoek waarbij (met of zonder plaatselijke verdoving) met een dun ´kijkertje´ hoger en dieper in de neus kan worden gekeken. Soms worden ook röntgenfoto’s van de neusbijholten gemaakt, bijvoorbeeld een sinusfoto of CT-scan.2

Een CT-scan kan gebruikt worden om de diagnose te onderbouwen of te herzien bij patiënten met klachten die passen bij CRS maar bij wie geen endoscopische afwijkingen worden gevonden.

Wanneer bij patiënten met CRS met of zonder neuspoliepen een operatie wordt overwogen, moet preoperatief een CT-scan worden gemaakt met als doel de anatomie zichtbaar te maken en risico’s in te schatten. 

Bij het maken van een preoperatieve CT-scan bij patiënten met CRS dient een zo gering mogelijke stralingsbelasting (low dose en aantal verrichtingen) te worden gekozen.1
 

Referenties
1. Nederlandse Vereniging voor Keel-Neus-Oorheelkunde en Heelkunde van het HoofdHalsgebied. Richtlijn Chronische Rhinosinusitis en Neuspoliepen. 2010. Geraadpleegd maart 2021: Conceptrichtlijn (nvalt.nl) 
2. Nederlandse Vereniging voor Keel-Neus-Oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd-halsgebied. Neuspoliepen - Keel-Neus-Oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd-Halsgebied (kno.nl) geraadpleegd februari 2021
3. Vaid, L., Khanna, S., & Singh, P. P. (2007). Impact of nasal polyps on quality of life of chronic sinusitis patients. Indian Journal of Otolaryngology and Head & Neck Surgery, 59(2), 136-141.
4. Fokkens, W. J., Lund, V., Bachert, C., Mullol, J., Bjermer, L., Bousquet, J., ... & Hellings, P. W. (2019). EUFOREA consensus on biologics for CRSwNP with or without asthma. Allergy, 74(12), 2312-2319.
5. Fokkens W.J., Lund V.J. , Hopkins C., Hellings P.W., Kern R., Reitsma S., et al. European Position Paper on Rhinosinusitis and Nasal Polyps 2020 Rhinology. 2020 Suppl. 29: 1-464.
6. Reitsma, S., & Fokkens, W. J. (2016). Rinosinusitis en neuspoliepen. Bijblijven, 32(2), 92-100.

Beoordeel content: 
0
Nog geen beoordelingen
0321NP191323
×

Ask Speakers

×

Medical Information Request