Richtlijnen
Voor de behandeling van CRSwNP bestaan verschillende richtlijnen. Het doel van de behandeling van volwassen patiënten met CRS is om controle te bereiken en te behouden met minimaal medicijngebruik en bijbehorende bijwerkingen of chirurgische ingrepen. Mocht er toch worden besloten om tot een operatie over te gaan, dan is het doel van de operatie gericht op het verwijderen van de poliepen vanuit hun oorsprong (meestal het zeefbeencomplex). Er is sprake van een ongecontroleerde CRS bij aanhoudende symptomen zoals:

  • verstopte neus,
  • mucopurulente uitvloed / postnasale drip,
  • aangezichtspijn / hoofdpijn, 
  • verminderd reukvermogen, 
  • slaapstoornis / vermoeidheid,
  • aangetast slijmvlies in de laatste 3 maanden,
  • noodzaak aan langdurige antibiotica of systemische steroïden in de afgelopen maand.4

 

De Nederlandse Vereniging voor Keel-Neus-Oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd-Halsgebied (NVKNO) heeft in 2010 voor het laatst de richtlijn Chronische rhinosinusitis (CRS) en neuspoliepen gepubliceerd.1 Daarin is nog geen informatie over biologicals voor de indicatie CRSwNP opgenomen, omdat er toen nog geen informatie beschikbaar was.

Een groep van internationale experts op het gebied van CRSwNP heeft in 2020 de European Position Paper on Rhinosinusitis and Nasal Polyps (EPOS) herschreven en daarin ook de plek van biologicals besproken. Daarin is het volgende schema gepubliceerd met voorwaarden om te starten met een biological voor CRSwNP.5

Ook EUFOREA (European Forum for Research and Education in Allergy and Airway Disease) heeft in 2019 een consensus uitgebracht over het gebruik van biologicals bij patienten met CRSwNP met en zonder astma.4

Behandelingen
Er zijn verschillende behandelingen voor CRSwNP. De keuze tussen de diverse vormen van behandeling is afhankelijk van de klachten en ook van de uitgebreidheid van de neuspoliepen.
 

Medicijnen2
Behandeling met een corticosteroïde-bevattende neusspray of -druppels kan een verkleining van de poliepen en een vermindering van de klachten geven. Het is in principe geen bezwaar deze medicijnen jarenlang te gebruiken. Men kan er echter niet vanuit gaan dat hiermee in alle gevallen de neuspoliepen verdwijnen. Corticosteroïden (bijvoorbeeld prednison) kunnen ook systemisch worden toegediend in tabletvorm of als injectie en geven vaak een verbetering van de klachten. Deze toedieningsvorm van corticosteroïden mag vanwege de bijwerkingen slechts kortdurend zijn.

Sinds 2020 zijn er twee biologicals geregistreerd voor de behandeling van ernstige CRSwNP

  • Omalizumab, een gehumaniseerd monoklonaal antilichaam gericht tegen Immunoglobuline E (IgE) dat met behulp van DNA-recombinatietechniek in een zoogdiercellijn van een Chinese hamsterovarium (CHO) is vervaardigd.
    • Omalizumab is geïndiceerd als aanvullende therapie met intranasale corticosteroïden (INC) voor de behandeling van volwassenen (18 jaar en ouder) met ernstige CRSwNP voor wie therapie met INC onvoldoende controle over de ziekte geeft. SmPC
  • Dupilumab, een volledig humaan monoklonaal antilichaam gericht tegen interleukine (IL)-4 receptor alfa dat de IL-4/IL-13-signaaltransductie blokkeert en wordt geproduceerd uit ovariumcellen van de Chinese hamster (CHO) door middel van recombinant-DNA-technologie.
    • Dupilumab is geïndiceerd als aanvullende behandeling met intranasale corticosteroïden bij volwassenen met ernstige chronische rinosinusitis met neuspoliepen (CRSwNP) die onvoldoende onder controle is ondanks systemische corticosteroïden en/of chirurgie. Dupixent, INN-dupilumab (europa.eu)

 

Operatie2
Twee operaties worden regelmatig verricht bij patiënten met neuspoliepen.

  • Poliepextractie: Hierbij wordt, meestal onder plaatselijke verdoving, dat deel van de poliep verwijderd dat in de neus zichtbaar is. Het deel dat in de zeefbeenholte zit kan op deze manier niet worden verwijderd.
  • (Endoscopische) neusbijholteoperatie (FESS): Bij deze operatie worden, onder plaatselijke of algehele verdoving, poliepen uit zowel de neus als de neusbijholten verwijderd.

 

Referenties
1. Nederlandse Vereniging voor Keel-Neus-Oorheelkunde en Heelkunde van het HoofdHalsgebied. Richtlijn Chronische Rhinosinusitis en Neuspoliepen. 2010. Geraadpleegd maart 2021: Conceptrichtlijn (nvalt.nl) 
2. Nederlandse Vereniging voor Keel-Neus-Oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd-halsgebied. Neuspoliepen - Keel-Neus-Oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd-Halsgebied (kno.nl) geraadpleegd februari 2021
3. Vaid, L., Khanna, S., & Singh, P. P. (2007). Impact of nasal polyps on quality of life of chronic sinusitis patients. Indian Journal of Otolaryngology and Head & Neck Surgery, 59(2), 136-141.
4. Fokkens, W. J., Lund, V., Bachert, C., Mullol, J., Bjermer, L., Bousquet, J., ... & Hellings, P. W. (2019). EUFOREA consensus on biologics for CRSwNP with or without asthma. Allergy, 74(12), 2312-2319.
5. Fokkens W.J., Lund V.J. , Hopkins C., Hellings P.W., Kern R., Reitsma S., et al. European Position Paper on Rhinosinusitis and Nasal Polyps 2020 Rhinology. 2020 Suppl. 29: 1-464.
6. Reitsma, S., & Fokkens, W. J. (2016). Rinosinusitis en neuspoliepen. Bijblijven, 32(2), 92-100.

Beoordeel content: 
0
Nog geen beoordelingen
0321NP191323
×

Ask Speakers

×

Medical Information Request