Behandelmogelijkheden bij astma
Bij de medicamenteuze behandeling van astmapatiënten wordt een stappenplan gevolgd (zie NHG-Standaard Astma bij volwassenen1).

Stap 1: is een kortwerkende luchtwegverwijder (SABA = short acting beta-2-agonist) ‘zo nodig’. Een SABA ‘zo nodig’ wordt gegeven aan patiënten met weinig frequente klachten (twee keer per week of minder).

Stap 2: patiënten die drie keer per week of vaker een SABA nodig hebben of klachten hebben, ontvangen een onderhoudsbehandeling met ICS (inhalatiecorticosteroïd) in een startdosering. Bij verergering van de astmasymptomen kan gedurende enkele dagen een SABA ‘zo nodig’ tot de maximumdosering per dag worden gegeven. 4-6 weken na de start van de ICS wordt gecontroleerd of de behandeldoelen zijn bereikt. ICS wordt 3 maanden gecontinueerd en één of meerdere keren gecontroleerd of de persoonlijke behandeldoelen zijn bereikt. Na bereiken van goede astmacontrole kan worden geprobeerd de behandeling af te bouwen.

Stap 3: indien ondanks de juiste diagnostiek en een adequaat beleid geen goede astmacontrole wordt bereikt met een startdosis ICS, wordt een LABA (Long Acting Beta-2-Agonist) toegevoegd aan de ICS. Zie voor een gedetailleerd schematisch overzicht van de medicamenteuze behandeling de NHG-Standaard Astma bij volwassenen.

 

Doorverwijzing longarts
Indien de behandeldoelen in deze drie stappen niet binnen 3 maanden worden bereikt, is consultatie van, of verwijzing naar de longarts geïndiceerd. Die heeft tweedelijnsbehandelingsmogelijkheden.

 

Tweedelijnsbehandelmogelijkheden
Zodra de diagnose ernstig astma is gesteld, wordt bepaald welke aanvullende behandeling nodig is voor voldoende astma controle. Astma werd als een enkele ziekte beschouwd. Nu is duidelijk dat het een heterogene mix is van verschillende subtypes met bepaalde klinische, fysiologische en inflammatoire karakteristieken (fenotypen) 2-4. Deze fenotypes zijn belangrijk om te bepalen wat het onderliggende mechanisme van astma is en voor het geven van een juiste diagnose. Het is echter ook essentieel om te bepalen welk fenotype een patiënt heeft om de juiste behandelmethode te kunnen bepalen. Er wordt veel onderzoek gedaan om de verschillende fenotypes en onderliggende mechanismen te bepalen. En om biomarkers te kunnen identificeren die voorspellend kunnen zijn welke patiënt op welke therapie het beste reageert3. De inzichten veranderen naarmate er meer kennis wordt vergaard.

Lees meer over de verschillende fenotypen en behandelmogelijkheden

 

Referenties:
1. NHG-Standaard Astma bij volwassenen (derde herziening). https://www.nhg.org/standaarden/volledig/nhg-standaard-astma-bij-volwassenen#idp5689712.
2.Gina pocketguide 2019, adolescent and adults with difficult-to-treat and severe asthma.
3.NVALT richtlijn Diagnostiek en behandeling van ernstig astma. https://www.nvalt.nl/kwaliteit/richtlijnen/copd-astma- allergie//COPD - astma -  allergie/Richtlijn-Ernstig- Astma Februari 2013.pdf.
4.Wenzel S.E. Asthma phenotypes: the evolution from clinical to molecular approaches. Nature Medicine 2012: 18: 716-725.

0419SAA1155771
×

Ask Speakers

×

Medical Information Request